Vrouwenkleinkoor “Pro Deo” viert zilverenjubileum

<

Op zondag 30 oktober zal het Vrouwenkleinkoor de viering met haar zang opluisteren. Het koor bestaat dan 25 jaar. Na de communie wordt het lied “O esca Viatorum” van Hendrik Andriessen gezongen. Heel toepasselijk, want met dit lied is het koor in 1997 gestart. Al eerder vroeg pastor Nico Knol bij zijn afscheid om dit muziekstuk ten gehore te brengen. Daarom werd “O esca Viatorum”, in het Nederlands vertaald “O spijs der zwervelingen” door Hinke Hillege, Martha Heeremans en Nico ingestudeerd en later uitgevoerd. Het maakte indruk en na afloop van de koorrepetities van het Liturgisch koor en de Cantorij bleven zes dames, die op beide koren zaten, langer om dit muziekstuk met Joop Heeremans in te studeren. Het koor dat toen nog geen naam had, heeft het lied op 19 april 1998 uitgevoerd op een 50 jarig huwelijksfeest.
De dames waren zo enthousiast dat het niet bij het ene lied bleef, men wilde meer.

Enkele zangeressen zitten al vanaf het begin op het koor; helaas zijn anderen overleden of zijn er mee gestopt. Het Vrouwenkleinkoor bestaat inmiddels uit 10 leden. In principe zijn er 5 sopranen en 5 alten, maar als er drie-stemmig gezongen wordt, is de samenstelling 3 sopranen, 4 mezzo sopranen en 3 alten. Sinds de Cantorij in december 2017 gestopt is, oefenen de dames iedere maandagavond, behalve in de zomermaanden.
Tegenwoordig speelt Joop op zijn piano thuis de verschillende muziekpartijen voor en neemt deze op, om vervolgens de muziek per email af te leveren. Zo kan ieder lid van het koor thuis haar zangpartij oefenen.

Joop is vanaf het begin dirigent en organist. Hij doet dat met heel veel plezier, muziek is voor hem een passie waar hij iedere dag mee bezig is. Vroeger was hij verbonden aan de muziekschool en gaf pianoles en algemene muzikale vorming op lagere scholen. Joop heeft voor muziek een luisterend oor, of er werken bij zijn die eventueel door het koor uitgevoerd kunnen worden. Zo was hij enkele maanden geleden op een begrafenis van een bekende van hem, waar een prachtig werk door een pianist en een sopraan werd uitgevoerd. Joop wilde meer weten en gelukkig liep de pianist later weg met bladmuziek in zijn armen waar zichtbaar “Vater Unser” van de hedendaagse Estlandse componist Arvo Pärt op stond. Joop zoekt ook naar muziek in bibliotheken of op vakanties. En Joop is daarin niet alleen, want ook andere leden van het koor komen soms met nieuwe muziekstukken die inspiratie geven. Zo komt het dat het koor heel gevarieerd zingt. Motetten op basis van liturgische Latijnse gezangen, maar ook moderne componisten komen aanbod, Latijn, Engels of Duits. Volgens Joop is het koor een muzikale “alleseter”.

Veel muziek wordt a capella gezongen en daarbij komt het aan op de zuiverheid van de stemmen en vallen fouten eerder op. Het is een echte uitdaging. Als het koor zingt met Joop aan het orgel, wordt er veel zelfstandigheid van de dames verwacht. Joop kan dan maar weinig aanwijzingen geven. Steeds klinkt de zang bijzonder mooi, fijn dat de dames al 25 jaar zingen.